Stadswandeling Eindhoven

"Eindhoven is een stad in het zuiden des lands waar een bekende gloeilampenfirma is gevestigd". Deze zin zal veel mensen die in de jaren '50 en '60 zijn opgegroeid nog steeds overbekend in de oren klinken. Het hoofdkantoor van die gloeilampenfirma, Philips, is inmiddels naar Amsterdam verhuisd. De fabriekscomplexen tegen het centrum zijn gesloten en verkocht en andere producten dan gloeilampen zijn veel belangrijker geworden. De naam is nu vooral bekend vanwege het stadion dat ernaar vernoemd is en de Eindhovense voetbalclub die Philips sponsort.

 

Start aan de voorzijde (stadszijde) van het centraal station.

 

1. Centraal Station

Wist je dat dit station behoort tot de mooiste in de wereld? Het is opgenomen in de catalogus van “Le Temps des Gares”, de beroemde lijst met gedenkwaardige stationsgebouwen op aarde. Verder heeft het Eindhovense stationsgebouw in Nederland de status van topmonument uit de wederopbouw periode. Die status krijg je niet als je een “dertien in een dozijn” station bent. De spoorlijn was al voor de Tweede Wereldoorlog een geduchte barrière in Eindhoven. De verbinding tussen Woensel en Eindhoven liep over een spoorwegovergang die meer gesloten dan open was, de Woenselse overweg. Lange wachttijden waren het gevolg. In het Wederopbouwplan 1946 is besloten de spoorlijn wat naar het noorden op te schuiven en als “hoogspoor”, op een spoordijk, door de stad te voeren. Diverse tunnels moesten garanderen dat deze spoordijk geen onneembare barrière werd.

 

Centraal Station Eindhoven
Het Centraal Station van Eindhoven.

 

Uiteraard moest er een geheel nieuw stationsgebouw komen. Het gebouw werd in 1956 voltooid, de perrons twee jaren eerder in 1954. De gewone Eindhovenaar noemde het station al snel "de radio". Veel mensen denken inderdaad dat de façade van het Eindhovense station is geïnspireerd door een oude Philips radio. Begrijpelijk, in de stad waar Philips volwassen is geworden. Toch is het niet juist. Philips toestellen met zo'n model waren er begin jaren vijftig namelijk nog niet. De architect van het gebouw is Koen van der Gaast die voor het eerst in zijn carrière zo'n groot station realiseerde. Hij ontwierp het station Eindhoven tussen 1953 en 1956 als een symbool van de nieuwe opvatting van reizen. Het gebouw met haar uitnodigende open front trok vanaf het begin af aan veel aandacht. 'Doorgang, afscheid en ontmoeting' luidt het opschrift boven de ingang. Aan de westkant van het station staat een hoge klokkentoren die tegelijkertijd dienst doet als schoorsteen. Een tekst van A. Ronald Holst inspireerde de beeldhouwer Willy Mignot tot het reliëf “ik kom - ik ga”, dat aan de westzijde van het gebouw aan de voortdurende verandering der dingen refereert. We nemen een kijkje in het station.

 

Het ontvangstgebouw is in feiten een grote hal waarin alle voorzieningen op een overzichtelijke manier zijn ondergebracht. De noordwand van de hal is verticaal geleed door de zwart beklede kolommen van het betonskelet. Een sterk horizontaal element wordt gevormd door de beide gaanderijen die de in twee verdiepingen geplaatste kantoren frontaal begrenzen. Deze bijna geheel gesloten noordwand leidt de reizigers als vanzelf naar de enige doorgang: de reizigerstunnel met daarboven een groot venster. We lopen door de voetgangerstunnel naar de andere kant van het station. Als je de behoefte hebt om meer van het station te zien dan loont het om even met de roltrap omhoog te gaan naar één van de perrons.

 

Loop door de reizigerstunnel naar de andere kant van het station.

    

 

2. Busstation

Aan de andere kant van het spoor bevind zich een verrassing. Hier zie je namelijk een tweede volwaardig stationsgebouw. Eindhoven CS is een station met twee voorkanten! Het moderne busstation Neckerspoel doet met het dynamische reizigers informatie systeem nog een schepje bovenop de futuristische aanblik. Het dynamisch reizigers systeem was hier in 1991 het eerste in Nederland. Inmiddels heeft het veel navolging gekregen. Als je geluk hebt, kun je op het busstation ook de Phileas zien rijden. Dit zijn uiterst moderne bussen die ingezet worden op de lijnen naar de wijk Meerhoven en Eindhoven Airport. Deze bussen zijn zelfs ontworpen om zonder chauffeur te rijden. Alleen verbiedt de wet zoiets op de openbare weg.

 

Phileas Eindhoven
De hypermoderne Phileasbus.

 

Loop naar links, voor de wachtende bussen langs. Aan het eind schuin links het fietspad oversteken en parallel aan het spoor de tunnel met het enorm brede trottoir inlopen.

    

3. Verkeerstunnel

Deze wat onherbergzame plaats is een geschikt punt om de oorlogsverschrikkingen die Eindhoven troffen op je te laten inwerken. Op het punt waar je nu staat, stond tot de oorlog het deel van Woensel dat Fellenoord genoemd wordt. Je moet bedenken dat de spoorlijn in die tijd enkele honderden meters verder naar het zuiden lag. Hier was bebouwing.

 

Philips leverde vele voor de oorlog belangrijke producten aan de Duitsers. Zondag 6 december 1942 was de dag die de Engelsen hadden uitgekozen om de Philips fabrieken die pal tegen de binnenstad aanlagen voor het eerst en massaal te bombarderen. En zoals dat in die tijd ging, waren de bombardementen niet al te nauwkeurig. Vele bommen misten hun doel en kwamen terecht op de aangrenzende binnenstad. Het zogenaamde Sinterklaasbombardement van 1942 heeft een onuitwisbare indruk gemaakt op hen die het hebben meegemaakt. Er waren ruim 150 doden te betreuren; velen verloren hun huis, haard en winkel. Na het bombardement lagen grote delen van de binnenstad in puin. Het gedeelte waar je nu staat, was relatief licht getroffen. Dat was anders bij het herhalingsbombardement van 30 maart 1943. Toen kreeg dit gebied de volle laag.

 

Een derde klap kreeg Eindhoven op 19 september 1944, een dag na de bevrijding. Wanhopig probeerden de Duitsers de geallieerde doorsteek naar Arnhem (operatie Market Garden) te verhinderen. In Eindhoven werden op de avond van 19 september de geallieerde konvooien gebombardeerd die dwars door de stad trokken. Grote schade aan burgerdoelen was het gevolg, onder andere door ontploffende munitiewagens. Toen aan het eind van de oorlog de balans opgemaakt kon worden, bleek Eindhoven na Rotterdam de zwaarst getroffen stad in Nederland te zijn. Wat restte waren grote kale vlaktes. Samen met de spoorzone die na aanleg van het hoogspoor vrijkwam, waren enorme gebieden beschikbaar voor het Wederopbouw plan. De structuur van het gebied waar je nu staat werd vastgelegd in dit plan uit 1946. Er verliepen echter heel wat jaren voordat er daadwerkelijk gebouwd werd. Jarenlang lag dit gebied erbij als een groot parkeerterrein voor personenauto’s.

 

Loop naar het 18 septemberplein met de Bijenkorf, C&A en de Piazza galerie. Kijk in de richting van C&A.

  

4. C&A

Om de herbouw te stimuleren kreeg de bouw van C&A voorrang. Voor zijn tijd is het een enorm groot en imponerend winkelpand. De opening in 1952 was voor Eindhoven een heel belangrijke gebeurtenis. De ellende van de oorlog was voorbij, de nieuwe tijd was begonnen! Het gebouw is een gaaf voorbeeld van de Eindhovense wederopbouw architectuur rond 1950. Kijk eens goed naar het gebouw en ontdek hoe zorgvuldig de gevel gedetailleerd is. Een heel verschil met de architectuur van 50 jaar later. Als je jezelf nu omdraait, kijk je naar het groene gebouw van de Bijenkorf.

 

5. De Bijenkorf

De Eindhovense Bijenkorf is zonder twijfel een opvallend gebouw. Treinreizigers die vanuit de richting Tilburg / Den Bosch in Eindhoven aankomen, kunnen er vlak voor het binnenrijden van het station al van genieten. Sinds 1969 rijst het glasgroene onderkomen van De Bijenkorf hoog op langs het spoor. Hiermee werd een oude band tussen het Bijenkorf concern en Eindhoven hersteld. De moeder van S.P. Goudsmit (de oprichter van de Bijenkorf) en zijn vrouw waren namelijk Eindhovense van geboorte. De Italiaanse architect Gio Ponti heeft het gebouw ontworpen. Hij wilde dat het gebouw 'de kracht, de macht en het belang van de stad' weerspiegelde. Ponti hield zo veel van Eindhoven, dat hij meerdere keren een balletje opgegooid schijnt te hebben om ereburger van de stad te worden. Hij is dat echter nooit geworden. Eindhovenaren vonden de Bijenkorf in het begin geen mooi gebouw. Maar of Ponti daarom geen ereburger is geworden is niet bekend. Algemeen wordt het pand nu gezien als een icoon van de wederopbouw architectuur.

 

De Bijenkorf Eindhoven
De Bijenkorf
.

 

Het had echter heel wat voeten in de aarde voor de Bijenkorf er eindelijk stond. Dat lag niet aan Ponti, maar aan de omstandigheid dat het terrein eerst verkocht was aan buitenlandse projectontwikkelaars. Dat bleek echter een misgreep. De ontwikkelaars hadden voornamelijk speculatieve motieven en stelden het begin van de werkzaamheden voortdurend uit. Al die tijd lag er midden in het centrum van Eindhoven een grote vlakte te wachten op bebouwing. Het terrein werd daarom tijdelijk ingericht als parkeerterrein. Pas in 1962 - acht jaar na dato - greep de gemeente in en trok de bouwvergunning aan de projectontwikkelaars in. Toen kon Gio Ponti eindelijk aan de slag. Hij koos voor groen gefacetteerde keramische tegels, niet alleen omdat dat volgens hem de dominante kleur is in het Nederlandse landschap, maar ook uit pragmatische overwegingen. De groene, geglazuurde steen was vochtbestendig. Bepaald niet overbodig in het regenachtige Nederlandse klimaat. Daar was ook de Rotterdamse Bijenkorf door schade en schande achter gekomen. De marmeren wandplaten van dat gebouw zijn helemaal zwart uitgeslagen. Verder zijn bij de Eindhovense Bijenkorf de uitgespaarde diamantvormen, bijenkorven en rechthoeken in de gevel heel karakteristiek. Kijk nog eens goed naar het gebouw, en dan met name naar de bovenste verdieping. De derde verdieping is een valse façade, er zit niets achter! Architectonisch was het noodzakelijk het gebouw voldoende massa mee te geven, maar de Bijenkorf had geen behoefte aan deze "massa" en koos daarom voor deze valse verdieping. Kijk je iets naar links, dan zie je de Piazza galerie.

 

6. Piazza galerie

Vroeger heette het gewoon: Piazza. Tegenover de Bijenkorf gescheiden door een intiem recreatie pleintje lag de Piazza. De Piazza was een door Theo Boosten ontworpen, 5 verdiepingen hoog “winkelparadijs” geschoeid op de leest van de Oosterse bazaar. Helaas liepen de Eindhovenaren wel in groten getale de Bijenkorf in, maar veel minder lieten ze zich door de Piazza verleiden. De Piazza heeft vele jaren een bloedeloos bestaan geleid. Daarom is een aantal jaren geleden het gebouw volledig gestript. Alleen delen van het verder kale karkas bleven behouden en zijn van daaruit compleet nieuw opgebouwd en ingevuld. De Italiaanse architect Fuksas tekende voor het ontwerp. Het resultaat is een spectaculaire overkapping van het gehele plein en comfortabele, open overdekte balkon galerijen.

 

Er is echter veel kritiek op het werk van Fuksas. Voor het eerst zijn deskundigen en het publiek het in Eindhoven eensgezind over het resultaat: een dramatische mislukking. Omdat Fuksas inmiddels van het gemeentebestuur meerdere opdrachten voor de invulling van de directe omgeving heeft gekregen is de onvrede onder lokale deskundigen groot. De stedenbouwkundige Piet Beekman is heel stellig: “het nuchtere maar fijnzinnige wederopbouw erfgoed wordt hier fors gebruuskeerd door patserig commercieel geweld. Het strijden voor het behoud van en inspiratie door het wederopbouw erfgoed is het gelijk van de verliezer. De inzet van vele grote namen zonder samenhangend idee over de binnenstad leidt tot iets wat bij gebrek aan beter, een typisch Eindhovens fenomeen is geworden: een binnenstad zonder samenhang als een kralenketting met sjiek naast sjofel, beschaving naast platte commercie”.

 

De verbouwing van dit gebied heeft zijn voors en tegens. Ponti (de architect van de Bijenkorf) had ook de directe omgeving in zijn ontwerp betrokken. Hij creëerde tussen Bijenkorf en Piazza een uniek recreatie pleintje met functionele kunst in het hart van de stad. Van dat intieme pleintje is in de nieuwe opzet niets meer over.  Vroeger werd de Piazza slecht bezocht en was het pleintje bij slecht weer onherbergzaam. Nu is het publiek weer terug en is het droog onder de luifel.

 

Keer je gezicht weer naar C&A en loop naar de straat aan de rechterzijde van het gebouw, De Demer. Blijf op de kop van de straat de Demer staan.

 

7. De Demer

Dit is dè winkelstraat van Eindhoven. De Demer lijkt wel wat op een vooroorlogse winkelstraat, met panden met verschillende hoogten en heel verschillend uiterlijk. Na het bombardement van 1942 lag hier een grote kale, trieste vlakte. Rond 1950 is begonnen met de wederopbouw van de Demer. De kavels werden bij voorrang verkocht aan de winkeliers die hier al voor de oorlog een pand bezaten. Alle eigenaren hadden hun woning boven de winkel. Iedere eigenaar heeft voor de wederopbouw een eigen architect aangetrokken. Duidelijk is dat iedere gevel een eigen stijl heeft en zeer zorgvuldig gedetailleerd is. In een tijd van grote bestedingsbeperking stelden de trotse eigenaren er een eer in om toch te investeren in hun pand. Bijna alle Eindhovense architectenbureaus hebben een bijdrage aan de wederopbouw geleverd. Ook de Demer is daarmee een gaaf voorbeeld geworden van de wederopbouw architectuur uit de jaren 50. Vijf jaar na de Demer kwam een andere wederopbouwstraat gereed, de Hermanus Boexstraat. Die zag er héél anders uit. We gaan er een kijkje nemen.

 

De Demer Eindhoven
De Demer.

 

Loop via het 18 Septemberplein voor C&A langs naar de Hermanus Boexstraat.

 

8. Hermanus Boexstraat

Deze straat is in 1957 opgeleverd. Het is je waarschijnlijk al wel opgevallen dat deze straat er heel anders uitziet dan de Demer. Hier vind je geen individueel ontworpen panden, maar een totaal ontwerp van één architect, Eykelenboom. Al snel na het gereedkomen van de Demer ontstond in de gemeenteraad onvrede met het resultaat. Het "kleinstedelijk gepruts" paste niet bij de grenzeloze ambities van het toenmalige Eindhoven. De stad had behoefte aan moderne architectuur. Vandaar de omslag naar het “Lijnbaanachtige” van de Hermanus Boexstraat. Nu, ruim 50 jaar later, kun je met wat meer afstand kijken naar de discussies van toen. Het resultaat is dat de Demer, C&A, Bijenkorf en Hermanus Boexstraat samen een gaaf ensemble van de wederopbouw architectuur en -stedenbouw vormen. De betekenis hiervan voor het nageslacht stijgt uit boven het lokale Eindhovense belang.

 

Herman Boexstraat Eindhoven
Herman Boexstraat.

 

Loop de Hermanus Boexstraat helemaal uit tot de Markt. Ga hier rechtsaf totdat je schuin voor je de Heuvelgalerie ziet.

  

9. De Markt

Aan Eindhoven werd in 1232 stadsrechten verleend; onderdeel daarvan was het marktrecht. Dat betekende dat voortaan in het jonge stadje een weekmarkt gehouden mocht worden. Dit was van groot belang voor de instandhouding en bevordering van de handel én vergroting van het afzetgebied. Het betekende ook dat het de boeren uit de omliggende dorpen verboden was om handel te drijven buiten de stad. Dit versterkte de economische positie van de stedelingen. Al eeuwenlang is dinsdag de marktdag, tot op de dag van vandaag. Jarenlang was op de Markt ook het centrale busstation van de stad. Zoals je kunt zien heeft de Markt nu meer het karakter gekregen van een stedelijk horecaplein. De Markt trok altijd veel volk van buiten en daaraan is dus niets veranderd. Aan de kant van de Heuvelgalerie zie je als je goed kijkt nog enkele echt oude gevels, te midden van de moderne kitsch gevels. Van drie panden zijn de oorspronkelijke gevels bewaard gebleven en geïntegreerd in de gevelwand van de Heuvelgalerie. De panden zelf zijn volledig verdwenen.

 

De Markt Eindhoven
De Markt.

 

Loop langs de korte zijde van de Markt door tot de kruising bij V&D. Sla hier rechtsaf de Demer weer in.

  

10. Carillon

Halverwege de Demer, op nummer 39 zien we de overblijfselen van een carillon.Nu (2010) zit hier een zaak van Jack Jones. Vroeger was het pand van juwelier De Jong – Smits, die de gevel met carillon en poppenspel verrijkte. Al jaren komt er geen geluid meer uit het carillon, maar kinderen stonden in de jaren vijftig en zestig met open mond te genieten als het carillon speelde.

 

Loop de Demer helemaal uit tot C&A weer aan je rechterhand verschijnt op het 18 Septemberplein. Sla linksaf en steek het 18 Septemberplein over naar de Lichttoren.

 

11. De Lichttoren

Toen de rijkswegen rondom Eindhoven nog niet waren aangelegd, ging een groot deel van het noord - zuid vv verkeer dwars door het centrum van Eindhoven. Reed je op deze weg, dan rees direct na het spoor de kenmerkende witte hoge zevenhoekige toren op. In de Lichttoren vonden continue levensduur proeven met gloeilampen plaats.Later werd het pand omgevormd tot hoofdkantoor van de lichtdivisie. De Lichttoren is een bijzonder gebouw, zeker ook in architectuur historische zin. Zijn functionaliteit, efficiëntie, toepassing van beton, glas en metaal maken het tot een toonbeeld van Nieuwe Zakelijkheid. Eerlijk, oprecht en terugkerend naar de essentie van het bouwen.

 

De bouwtechniek in die dagen was danig in ontwikkeling, wat te zien is aan de verschillen in detaillering tussen de beide bouwdelen. De toepassing van het destijds nog jonge materiaal beton in combinatie met de grote raampartij en heeft heldere binnenruimten opgeleverd. De meerlaagse verdiepingsbouw voor een fabrieksfunctie was voor Eindhoven uniek. Jarenlang was de hoogte van de Lichttoren bepalend voor de bouwhoogte van nieuwe gebouwen in het centrum van Eindhoven. Het zicht op de lichttoren moest vrij blijven.

 

Met het terugtrekken van Philips uit de binnenstad van Eindhoven is de Lichttoren vrijgekomen voor ander gebruik. De begane grond bedient inmiddels commerciële en publieksgerichte functies, zoals horeca en enkele bijzondere winkeltjes. Op hoger gelegen verdiepingen zitten nu loft appartementen en penthouses.

 

Aan de voet van de Lichttoren staat nu het Philips Museum waar je het lampenmaakstertje in de etalage vindt. Het draagt het opschrift: “1891 - 1966 van de gepensioneerden”. Het beeldje is gemaakt naar Lucia van Buul, de eerste vrouwelijke werkneemster van Philips. De kunstenares is mevrouw Jos van Riemsdijk; het beeldje is gegoten bij Stijlaart, Rumpt.

 

Lampenmaakster Eindhoven
Het Lampenmaakstertje dat tegenwoordig in de etalage van het Philips Museum staat.

 

Loop rechtdoor over de Emmasingel. Aan de rechterkant zie je een groot gebouw, de Witte Dame.

 

12. De Witte Dame

Hoe dit voormalige fabrieksgebouw van Philips aan zijn naam komt is niet helemaal duidelijk. De een zag er de gestalte in van koningin Emma, een ander die van de Miss Blanche op de sigaretten van Philip Morris, die vroeger in Eindhoven werden gemaakt. De Witte Dame is een sober, volledig betonnen fabrieksgebouw. Het is rond 1930 ontworpen door Dirk Roosenburg volgens de regels van de nieuwe zakelijkheid. Philips heeft het gebouw vanaf het begin gebruikt als productiefaciliteit voor gloeilampen. Het gebouw heeft zijn markante witte kleur pas in 1953 gekregen.

 

Eindhoven draagt een geschiedenis met zich mee van sloop van waardevolle historische gebouwen. Ook dat lot dreigde de Witte Dame toen het gebouw in de jaren 80 leeg kwam te staan. Philips wilde het pand slopen, maar gelukkig waren de tijden veranderd. Op tijd herkende men de potentiële stedelijke schoonheid en de historische waarde van dit verouderde grijze betonnen fabrieksgebouw langs de Emmasingel. De gemeente verleende dan ook geen vergunning voor de sloop. Als alternatief werd het gebouw gerenoveerd door architect Bert Dirrix. Essentieel aan de renovatie van de Witte Dame is dat er met het gebouw zo min mogelijk is gedaan. Het gevelbeeld en de stapeling van vloervelden zijn onveranderd gebleven. De belangrijkste ingreep is de transformatie van de middenzone. Op een in stedenbouwkundig opzicht belangrijk punt, namelijk de as van de route van binnenstad via het Lichtplein naar het Philips stadion, is de centrale entree van de Witte Dame gemaakt.

 

De Witte Dame Eindhoven
De Witte Dame.

 

Belangrijke gebruikers van het gebouw zijn: de gemeentelijke bibliotheek en de Design Academy. De Witte Dame werd op 27 mei 1998 heropend door minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De succesvolle herontwikkeling van de Witte Dame heeft Eindhoven een krachtige impuls gegeven in het denken over de herontwikkeling van belangrijke industriële gebouwen in zijn algemeenheid. Nu kijken we naar de overkant van de Emmasingel. Daar staat een groot gebouw in bruine baksteen. Het is de echtgenoot van de Witte Dame en heet de Bruine Heer.

 

13. De Bruine Heer

Langs de Emmasingel, tegenover de Witte Dame, staat de Bruine Heer. Officieel is de naam Bruine Heer inmiddels vervangen door “de Admirant”. Blijkbaar vond de projectontwikkelaar de naam Bruine Heer niet zo sjiek. Het is een voormalig hoofdkantoor van Philips. Na het succes van de Witte Dame heeft men besloten ook het gebouw van de Bruine Heer te behouden, maar dat besluit heeft nog heel wat voeten in aarde gehad. De Bruine Heer is net zo als de Witte Dame op houten palen gebouwd. Door verlaging van de grondwaterstand waren de houten palen door schimmels aangetast. Daarom zijn er tijdens de renovatie geboorde betonnen (hei)palen onder gezet. De Witte Dame en de Bruine Heer vormen nu een mooi ensemble langs de Emmasingel. Een waardig aandenken aan de glorietijd van Philips in Eindhoven.

 

Steek de Emmasingel over. Aan de voet van de witte woontoren zie je een miniatuur fabriekje.

 

14. Het Philips fabriekje

Dat is de eerste fabriek van Philips waar het allemaal mee begonnen is. In 1891 opende Gerard Philips in 1891 zijn eerste lampenfabriek. Gerard Philips was afkomstig uit Zaltbommel maar besloot hier in Eindhoven zijn geluk te beproeven met de fabricage van gloeilampen, een product waarvoor hij een grote toekomst zag weggelegd. Het was eigenlijk toeval dat hij voor Eindhoven koos. Hij kon hier tegen een redelijke prijs een fabriek kopen. Maar het allerbelangrijkste was dat er ruimschoots goedkope arbeidskrachten voorhanden waren.

 

Lampen maken was namelijk priegelwerk en meisjes uit de omliggende dorpen waren hiervoor uitermate geschikt. De start was moeizaam. In de beginjaren zat de economie niet mee. Lampen waren een luxe artikel en alleen dure winkels, restaurants en theaters hadden elektriciteit en kochten dus lampen. Na drie jaar kwam ook Gerards jongste broer Anton in de "zaak". Hij was een gedreven koopman die met een koffertje lampen de Europese markt veroverde. De zegetocht van het bedrijf was begonnen. Na de Eerste Wereldoorlog steeg de vraag naar gloeilampen zo snel dat mechanisatie van het productieproces de enige uitweg was.

 

De voormalige fabriek is nu een museum in de schaduw van  de “Admirant”. In verhouding tot het fabriekje is het een reusachtige moderne woontoren. Er is een ruimte ingericht als een lampenfabriek uit de jaren twintig van de 20e eeuw. De ontwikkeling van de machines voor de fabricage van de lampen wordt tentoongesteld. Hier kun je het gehele oude productieproces volgen. Het is puur ambachtelijke werk in vele stappen, beginnend bij gezuiverde watten en eindigend bij een gebruiksklare lamp. In hetzelfde gebouw zit ook het museum Centrum Kunstlicht in de Kunst, een museum dat de rol van licht in de kunst benadrukt.

 

Steek de Emmasingel weer over en ga dan schuin rechtsaf de Kleine Berg in.

  

15. De Bergen

Het gebied 'De Bergen' is een nog in redelijk originele staat verkerend stukje oud Eindhoven. De gezellige (eet)cafés op de 'Kleine Berg' zijn geliefd bij een wat artistieker publiek.

 

Loop door het smalle Bergstraatje naar de Grote Berg en sla linksaf. Steek bij de verkeerslichten de drukke Keizersgracht over en ga rechtdoor de Kerkstraat in.

  

16. Catharina kerk

Aan je rechterhand zie je de Catharina kerk. De kerk die heel vroeger op deze plaats stond, was een dochterkerk van de twee kilometer noordelijker gelegen kerk van Woensel. In 1399 werd deze kerk door de Luikse bisschop gepromoveerd tot kapittelkerk waarmee de afhankelijkheid van de kerk van Woensel werd opgeheven. In de jaren 1486-1554 is de kerk meerdere malen door plunderingen, brand en storm zwaar beschadigd. Bij de vrede van Munster in 1648 werd de Catharina kerk een protestantse kerk. In 1793 werd de kerk door het Franse leger in gebruik genomen, achtereenvolgens als rechtszaal, paardenstal, broodbakkerij, woonhuis en opslagplaats. In 1807 kregen de katholieken hun kerk weer terug, het gebouw werd gerenoveerd en in 1810 weer als gebedshuis in gebruik genomen. In de jaren 1823-1834 werd de kerk uitgebreid. Desondanks bleef het gebouw te klein voor de groeiende Eindhovense bevolking. Uiteindelijk besloot men tot de bouw van een nieuwe kerk op het oorspronkelijke kerkterrein.

 

Catharinakerk Eindhoven
De catharinakerk.

 

De kerk is, met zijn twee torens nog steeds opvallend aanwezig in het stadsbeeld, maar niet meer zo opvallend als rond 1870, toen de nieuwe Catharina kerk in Eindhoven de dominerende katholieke zuil bekrachtigde. Ook in Eindhoven kreeg de katholieke geestelijkheid vanaf 1800 na een voorzichtige opkomst steeds meer grip op de maatschappij. De verzuiling zou in de jaren dertig van de vorige eeuw een hoogtepunt bereiken. In de jaren na de tweede wereldoorlog nam de verzuiling in rap tempo af.

 

De Catharina kerk heeft in 1977 de status van Rijksmonument gekregen. Het geld ontbrak om het gebouw in stand te houden. Daarom is het in 1979 overgedragen aan de gemeente, waarbij is bepaald dat het gebouw nog 50 jaar gebruikt mag worden voor de katholieke eredienst. In 1980 en 2000 zijn grootscheepse restauraties uitgevoerd om het gebouw te behouden. Van de katholieke dominantie is anno 2009 niets meer over: de kerk is van de gemeente en er zijn onvoldoende geestelijken om diensten in de Catharina kerk te leiden.

 

Schuin (links) vooruit zie je de ingang van de “kerk van het consumentisme” ofwel shopping centre de Heuvelgalerie. Het terrein heette al vroeg de Heuvel. Voor de Heuvelgalerie stond hier het R.K. Binnenziekenhuis, een uiterst stevige pilaar in de katholieke zuil van de stad Eindhoven.

 

Loop naar de ingang van de Heuvelgalerie.

 

17. Het Heuvelterrein

Het is hier waar het begin van de stad Eindhoven gezocht moet worden. Het lag op een soort terp: “de Heuvel”. Tijdens opgravingen in 1989 voorafgaand aan de bouw van de Heuvelgalerie zijn o.a. fundamenten van een kasteel aangetroffen. Ook werden op dit terrein overblijfselen van een paard gevonden met hoefijzers aan beide voorste benen.

 

Heuvelgalerie Eindhoven
De entree van de Heuvelgalerie.

 

In 1843 begonnen op deze plaats de zusters van liefde een instelling voor de opvang van zieken.Dit “ziekenhuis” groeide in de loop van de jaren uit tot het R.K Binnenziekenhuis. Het was een steeds groeiend en daardoor omvangrijk complex. In de tweede helft van de zestiger jaren werd besloten om te verhuizen naar een nieuw te bouwen ziekenhuis in Woensel. De verhuizing vond plaats in 1973 waarna de gebouwen uiteindelijk gesloopt werden. Het terrein werd door de gemeente ingericht als openbaar parkeerterrein met een heel vriendelijk uurtarief. Dat parkeerterrein heeft zo’n 15 jaar midden in het centrum van de stad gelegen waardoor Eindhoven zijn naam als autostad alle eer aandeed!

 

Het gemeentebestuur vond rond 1985 dat de binnenstad een kwaliteitsimpuls moest krijgen. Een Duitse stedenbouwkundige werd ingehuurd voor een nieuw ontwerp. Die kwam met een spectaculair voorstel uit de bus: een overdekt winkelcentrum in 2 lagen met eronder een parkeerkelder. Ook kreeg het complex twee koepels. De meningen hierover waren onder architecten erg verdeeld. De klassieke vraag speelde of het nu kunst of kitsch was. Met name het feit dat in Eindhoven geen referentie was voor de koepels speelde voor architecten een belangrijke rol in hun beoordelingen. Inmiddels staat de Heuvelgalerie er alweer een kleine 20 jaar en zijn de discussies verstomd.

 

Loop door de Heuvelgalerie tot je er aan de andere kant weer uit komt. Ga vervolgens direct rechts de Nieuwstraat in. De Nieuwstraat uitlopen, de kruising met de Vestdijk oversteken, even de Dommelstraat inlopen en meteen schuin linksaf naar het Centraal Station. Hier staan we stil bij het standbeeld van Anton Philips, voor het station.

  

18. Standbeeld Meneer Anton

In Amsterdam deed ingenieur Gerard Philips in 1890 zijn eerste proeven met het maken van gloeilampen en zo ontstond ook de gedachte een eigen bedrijf op te richten. Een jaar later verhuisde hij naar Eindhoven. Hij kocht er een leegstaand fabriekje met geld van zijn kapitaalkrachtige vader. In 1895 kreeg Gerard hulp van zijn broer Anton, die vooral commerciële talenten bezat. Gezamenlijk bleek het duo over gouden handen te beschikken. Nog geen tien jaar later, omstreeks 1900, behoorde Philips tot de top van de Europese gloeilampen fabrikanten.

 

In 1914 richtte Gerard Philips het Natuurkundig Laboratorium op, dat uitgroeide tot de bakermat van vele nieuwe technologieën. Op dit Natlab begon men bijvoorbeeld met de ontwikkeling van röntgenbuizen en radiobuizen: de basis van de latere divisies Medische Systemen en Consumentenelektronica. Toen de aanvoer van gassen en glas voor de gloeilampen in de Eerste Wereldoorlog stagneerde, richtte Philips eigen toeleverende bedrijven op en begon het ook met het opzetten van eigen buitenlandse productie- en verkooporganisaties. Zo ontstond al ruim vóór de Tweede Wereldoorlog een technologisch geavanceerd en internationaal opererend concern dat in 1939 in totaal 45.000 mensen in dienst had van wie 19.000 in Nederland. Mede door die reeds vergevorderde internationalisering kon Philips de Tweede Wereldoorlog goed doorstaan. Wel werden de complexen in Eindhoven meerdere keren gebombardeerd door de geallieerden. Ook woonwijken werden in de baan van de bommenwerpers zwaar getroffen. In de jaren vijftig profiteerde het concern sterk van de enorme welvaartsstijging. Radio's, televisies en koelkasten werden bij miljoenen verkocht.

 

Tot 1980 waren Philips en Eindhoven zeer innig met elkaar verbonden. Sport werd bedreven op Philipscomplexen, naar sport gekeken bij de Philips Sport Vereniging(en), gewoond in huizen van Woningbouwvereniging Hendrik van Lotharingen (van Philips), voor ontspanning was er het Philips Ontspannings Centrum, voor je gezondheid het Philips Gezondheids Centrum, voor je scholing de Philips basis- en bedrijfsscholen en de HTS, en voor brandbestrijding was er de Philips Brandweer. Last but not least was er dan natuurlijk voor je werk het bedrijf zelf. Dit alles omvatte een groot gebied in Eindhoven: de Lichttoren, de enorme complexen aan de Emmasingel, het 25 hectare grote complex van Strijp S met de Hoge Rug, het Klokgebouw en het Veemgebouw, Het NatLab, en de trits bedrijfshallen naast het spoor.

 

Begin jaren tachtig werd de band met Eindhoven geleidelijk losser en al helemaal toen Philips zijn hoofdkantoor eind jaren negentig naar Amsterdam verplaatste. De dominantie van Philips in Eindhoven is daardoor sterk afgenomen. In de jaren zestig werkten er bij Philips Eindhoven nog zo’n 40.000 mensen, in 2007 waren het er nog maar 17.000.

 

Deze stadswandeling is tot stand gekomen in samenwerking met de Stichting Microtoerisme InZicht. Je kunt deze stadswandeling Eindhoven ook gratis als mp3 audiotour downloaden op website InZicht. Verder kom je op website InZicht nog veel meer te weten over de boeiende geschiedenis van Eindhoven.

 

Bekijk ook de stadswandelingen in andere steden!

Tips Eindhoven